 | Onhandigheid
|
 | Slechte houding
|
 | Onhandig/lomp lopen
|
 | Verwarring over welke
hand moet worden gebruikt |
 | Moeilijkheden met het
gooien en vangen van een bal |
 | Gevoelige tastzin
|
 | Sommige kleren
oncomfortabel vinden |
 | Minder goed korte
termijn geheugen. Het vergeten van wat de vorige dagis geleerd
|
 | Pover bewustzijn van
het eigen lichaam |
 | Problemen met lezen
en schrijven |
 | Een pen niet goed
kunnen vasthouden |
 | Slecht richtinggevoel
|
 | Niet kunnen huppelen,
hinkelen of fietsen |
 | Langzaam leren
zichzelf aan te kleden of zelf te eten |
 | Simpele vragen niet
kunnen beantwoorden, terwijl ze wel het antwoord weten |
 | Spraakproblemen,
leren laat praten of praten onsamenhangend |
 | Fobieën of obsessief
gedrag |
 | Ongeduld |
 | Kunnen niet tegen
haar borstelen of tandenpoetsen of haar- en nagelknippen
|
 | Kunnen niet tegen het
dragen van een pleisters |
Een
lijder aan dyspraxie heeft meestal niet alle symptomen, maar een aantal.
Sommige kunnen overwonnen, anderen worden minder met de tijd. Als ze
ouder worden zijn ze verbaal meestal goed aangepast en kunnen goed met
volwassenen converseren.
Ze kunnen door hun leeftijdsgenoten worden verstoten, omdat zijn niet
goed in de groep passen. Ze zijn sterk in het ontwijken van taken die ze
niet goed kunnen of die zelfs onmogelijk voor hen zijn.
De intelligentie is meestal bovengemiddeld. Het sociale gedrag is
daarbij vaak onvolwassen. Ze proberen op school met veel moeite om het
sociaal gewenste gedrag te vertonen, maar hebben driftbuien als ze thuis
zijn. Ze kunnen het moeilijk vinden om logica en redeneringen te
begrijpen
Niet alle dyspraxielijders hebben al deze problemen, maar er is een
gemeenschappelijke link. Veel ouders van een 'normaal' kind zullen
zeggen dat hun kinderen enkele van deze symptomen heeft. Maar als je
kind dyspraxie heeft, met of zonder de
diagnose, dan
weet je het verschil tussen een normaal kind met deze symptomen of een
kind met dyspraxie.
Er is geen genezing mogelijk van dyspraxie, maar een vroegtijdige
behandeling maakt
de kans op verbeteringen groter.
Helaas worden veel van de vaardigheden die we vanzelfsprekend vinden
nooit een automatisme als je last hebt van dyspraxie. Deze vaardigheden
moeten worden aangeleerd.
bron:
www.dyspraxie.nl